Indien een bedrijfsleider of aandeelhouder van een vennootschap geld ter beschikking stelt aan de vennootschap, dan kan de vennootschap hiervoor intresten toekennen. Dit is in de praktijk het geval wanneer de rekening-courant van de bedrijfsleider of aandeelhouder een creditstand vertoont.

Deze intresten zijn slechts aftrekbaar in de mate dat:

  • de gehanteerde rente de marktrente niet overschrijdt;

en

  • het ontleende bedrag niet hoger uitvalt dan de som van de belaste reserves bij het begin van het boekjaar en het fiscaal gestort kapitaal op het einde van het boekjaar. Het fiscaal gestort kapitaal is daarbij het absolute minimum.

Bij een te hoog aangerekende intrestvoet of bij een te hoog leningsbedrag loopt de vennootschap het risico dat deze intrest deels geherkwalificeerd zal worden in een (niet-aftrekbaar) dividend.

 

WELKE MARKTRENTE?

Sinds 01/01/2020 is er een wettelijke omschrijving van de marktrente. Indien het gaat om een niet-hypothecaire lening zonder welbepaalde duurtijd (wat het geval is bij een credit R/C), is deze marktrente gebaseerd op de MFI rentevoet voor leningen tot 1.000.000 EUR met een variabel tarief en met een initiële rentebepaling tot 1 jaar, van november van het voorgaande kalenderjaar, verhoogd met 2,5%.

Volgens de NBB bedroeg de MFI rentevoet van november 2023 5,52%. Na toepassing van de verhoging met 2,5% betekent dit dat deze marktrente 8,02% bedraagt voor de intresten die betrekking hebben op 2024. Of dus 2,32% meer dan het tarief van vorig jaar (5,70%)

 

LET OP: de vennootschap moet nog 30% RV inhouden op die creditintresten toegekend aan de bedrijfsleider of aandeelhouder.

Indien een vennootschap een lening voor onbepaalde termijn toekent aan een andere vennootschap, moet ook hier de wettelijk bepaalde marktrente (8,02%) als maximum worden gehanteeerd.

 MERK OP deze wettelijke marktrente geld voor niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd. Indien u daarentegen gebruik maakt van een lening met een bepaalde looptijd, dan kan u dus rekening houden met een rentevoert die marktconform is voor uw specifieke omstandheiden (bv. aan de hand van bankoffertes).  Er kan in dat geval dus afgewerken worden van de (maximale) rentevoet van 8,02%.

 

Een bedrijfsleider of aandeelhouder die een niet-overdreven rekening-courant tegoed heeft op zijn vennootschap kan zich in 2024 een fiscaal aftrekbare intrestvergoeding tegen een rentetarief van 8,02% toekennen door zijn vennootschap. De vennootschap moet wel 30 % RV inhouden op die intresten.

Intrestlasten die betrekking hebben op een lening die werd aangegaan voor een kapitaalvermindering of dividenduitkering te financieren, zijn niet noodzakelijk als beroepskost aftrekbaar met toepassing van artikel 49 WIB 92. Daartoe moet de vennootschap bewijzen dat deze intrestlasten strekken tot het verkrijgen of behouden van de belastbare inkomsten.